Roofmijten-trio tegen trips, spint & witte vlieg

om op te hangen of te strooien
aanbiedingsprijs€10,90 Normale prijs€19,70
Sparen €8,80
€3,63 /Zak

Incl. belastingen. Sturen wordt berekend bij het afrekenen

  • 100 % natürliche Hilfe bei Schädlingsbefall

  • Aus deutscher Zucht – schnell geliefert

  • Ganz ohne Chemie – keine Rückstände

  • Diskret, wirksam & biologisch nachhaltig

  • Unbedenklich für Kinder & Haustiere

Aantal trio's:

Aantal trio's

Auf Lager - in 2-4 Werktagen bei Dir

PayPal Mastercard Visa American Express Klarna Apple Pay

Was unsere Kund*innen sagen

  • Wirksamkeit

    kaum Wirkung teilweise wirksam sehr wirksam
  • Anwendung

    kompliziert etwas Aufwand kinderleicht
  • Lieferqualität

    schlechter Zustand ok top Qualität

Lieferoption wählen & clever sparen:

Einzellieferung - ohne Abo
Für dauerhaft starke Pflanzen – automatisch geliefert.
10% Rabatt

10% Rabatt

spare 10% auf alle Lieferungen

Kostenlose Lieferung

Kostenlose Lieferung

Spare Dir die Versandkosten

Flexibles Abo

Flexibles Abo

Bestelldatum ändern, Lieferung überspringen, Intervall anpassen oder Abo kündigen

Wähle hier das individuell passende Abo – je nach Befallsgrad deiner Pflanzen.

Drie sterke soorten natuurlijke vijanden

GREEN GUARDIA Roofmijten-trio

Tegen trips, spint en witte vlieg

Het GREEN GUARDIA Roofmijten-trio combineert drie beproefde soorten natuurlijke vijanden voor een veelzijdige biologische plaagbestrijding. De set bevat elk één zakje met Cucumeris-, Californicus- en Swirskii-roofmijten.

De drie soorten vullen elkaar aan bij het bestrijden van trips, spint en witte vlieg. Ze worden geleverd in praktische langetermijnzakjes die direct aan de planten worden bevestigd en gedurende langere tijd continu roofmijten vrijgeven.

✓ Dit zit in het Roofmijten-trio

1× Cucumeris-roofmijten Ondersteunen de biologische bestrijding van jonge tripslarven op de planten.
1× Californicus-roofmijten Beproefde tegenstanders van spint, die ook bij een kleiner aanbod aan prooien relatief lang actief kunnen blijven.
1× Swirskii-roofmijten Ondersteunen de bestrijding van tripslarven, jonge stadia van de witte vlieg en andere geschikte prooidieren.

🌱 Drie soorten – veelzijdige ondersteuning

Tegen trips
Cucumeris en Swirskii zoeken op de planten naar jonge tripslarven.
Tegen spint
Californicus ondersteunt de bestrijding van verschillende stadia van spint.
Tegen witte vlieg
Swirskii bejaagt onder de juiste omstandigheden de jonge ontwikkelingsstadia van de witte vlieg.

⏳ Praktische langetermijnzakjes

In elk zakje zit een kleine kweekpopulatie. Via de daarvoor bestemde opening kruipen er continu roofmijten naar buiten, verspreiden ze zich over de plant en zoeken ze actief naar geschikte plagen.

  • Direct aan takken of stevige bladstelen bevestigen
  • Niet openscheuren, uitknijpen of extra openen
  • Beschermen tegen direct zonlicht en krachtig gietwater
  • Tijdens de gebruiksperiode zo min mogelijk verstoren

🪴 Geschikte toepassingen

  • Kamer- en sierplanten: Biologische ondersteuning voor planten binnenshuis
  • Kas en serre: Zeer geschikt voor beschermde kweekomstandigheden
  • Groente- en kruidenplanten: Voor geschikte planten in de moestuin
  • Fruitplanten: Voor biologische plaagbestrijding bij geschikte gewassen
  • Balkon en indoor-grow: Voor beschermde plantbestanden en kweekruimtes

Gebruik van het Roofmijten-trio

1. Planten controleren
Bepaal de mate van aantasting, de getroffen plantendelen en de mogelijke plaagsoort zo nauwkeurig mogelijk.
2. Zakjes toewijzen
Bevestig de drie soorten roofmijten aan de juiste planten, afhankelijk van de plaag die ze bestrijden.
3. Direct ophangen
Hang de zakjes op aan takken of stevige stengels in de schaduwrijke binnenzijde van de plant.
4. Rekening houden met omstandigheden
Houd je aan de productspecifieke instructies wat betreft temperatuur, luchtvochtigheid en kweekomstandigheden.
5. Aantasting observeren
Controleer de planten regelmatig en volg de ontwikkeling met geschikte monitoringkaarten.

🌡️ Temperatuur en luchtvochtigheid Roofmijten hebben geschikte klimatologische omstandigheden nodig. Veel soorten zijn bijzonder actief bij matig warme temperaturen en voldoende luchtvochtigheid. Aangezien de behoeften van de drie soorten kunnen verschillen, zijn de respectievelijke gebruiksinstructies bepalend.

💧 Uitdroging voorkomen Zeer droge lucht kan de ontwikkeling van de roofmijten belemmeren. Verhoog indien nodig de luchtvochtigheid op een manier die veilig is voor de planten, zonder wateroverlast of langdurig natte bladeren te veroorzaken.

⚠️ Geen ongeschikte gewasbeschermingsmiddelen gebruiken Chemische of voor natuurlijke vijanden schadelijke gewasbeschermingsmiddelen kunnen de roofmijten beschadigen en hun inzet belemmeren. Neem bij eerdere behandelingen eventuele wachttijden en de productspecifieke instructies in acht.

📦 Belangrijk: Levende natuurlijke vijanden Na ontvangst zo snel mogelijk inzetten. Mocht korte opslag noodzakelijk zijn, volg dan de meegeleverde productspecifieke opslaginstructies. De zakjes niet invriezen, niet blootstellen aan direct zonlicht en niet onnodig lang bewaren.

🌿 Drie soorten roofmijten in één set

Het GREEN GUARDIA Roofmijten-trio combineert Cucumeris, Californicus en Swirskii voor een veelzijdige biologische ondersteuning tegen trips, spint en witte vlieg. De langetermijnzakjes zijn eenvoudig aan de planten te bevestigen en geven gedurende langere tijd natuurlijke vijanden af aan het bestand.

GREEN GUARDIA vs. Andere Anbieter

Was uns abhebt von den anderen

Produkte für Haus, Garten & tiernahe Bereiche

Unklare Produktinfos

Nützlinge aus deutscher Zucht

Unklare Herkunftsangaben

Praxisnah entwickelt

Komplizierte Auswahl

Klare Anwendungshinweise

Wenig Anwendungshinweise

Frisch abgefüllt bzw. sorgfältig verpackt

Längere Lager- oder Lieferzeiten möglich

  • Deutsche Zucht

    Nützlinge aus kontrollierter deutscher Zucht – Qualität, auf die du dich verlassen kannst

  • Expertenberatung

    Anwendungstipps und Unterstützung von unseren Experten – gezielt und effektiv.

  • Schnelle Hilfe

    Unsere Nützlinge sind sofort einsatzbereit und helfen gezielt bei akutem Befall im Haus oder Garten.

  • Natürlich & sicher

    Unbedenklich im Alltag – der Einsatz ist absolut risikofrei für Kinder, Haustiere & Pflanzen.

Wir lassen unsere Kund:innen sprechen.

Schau dir an, was andere über uns zu sagen haben
450.000+ KUND:INNEN LIEBEN UNS

Natürliche Schädlingsbekämpfung

Bei GREEN GUARDIA findest du für jedes Schädlingsproblem die passende natürliche Lösung – ganz ohne Chemie.

Ob Schlupfwespen gegen Motten, Raubmilben gegen Spinnmilben oder Nematoden gegen Trauermücken und Schnecken – unsere Nützlinge helfen zuverlässig im Haus, Garten oder Gewächshaus.

Als Spezialist für biologische Schädlingsbekämpfung stehen wir für Qualität, Innovation und eine nachhaltige Wirkung – im Einklang mit Natur, Mensch und Tier.

Expertenberatung – Persönlich & Praxisnah

Unsere Fachberater unterstützen dich mit gezielten Anwendungstipps und langjähriger Erfahrung in der natürlichen Schädlingsbekämpfung. Ob Fragen zur Ausbringung, Kombination verschiedener Nützlinge oder Auswahl des passenden Produkts – wir helfen dir schnell und kompetent weiter.

FAQ Raubmilben

Du hast Fragen zu unseren Produkten, zur Anwendung oder zum Versand? Hier findest du die wichtigsten Antworten auf einen Blick. Sollte etwas unklar bleiben, melde dich gerne bei uns!

FAQ's

Thripse, auch Fransenflügler genannt, sind kleine, längliche Insekten. Pflanzenschädigende Arten saugen Pflanzenzellen aus und schädigen dadurch Blätter, Blüten und junge Triebe.

Typische Anzeichen sind silbrig schimmernde Flecken auf den Blättern und kleine schwarze Kotpunkte. Bei stärkerem Befall können sich Blätter verformen, vertrocknen oder absterben. Kontrolliere besonders die Blattunterseiten, junge Triebe und Blüten.

Ausgewachsene Thripse sind schmal und je nach Art gelblich bis braunschwarz gefärbt. Ihre Larven sind meist heller und besitzen noch keine Flügel. Mit einer Lupe kannst du die Tiere leichter erkennen.

Beide Schädlinge können helle Sprenkel auf den Blättern verursachen. Für Thripse sprechen längliche Tiere und schwarze Kotpunkte. Feine Gespinste deuten dagegen eher auf Spinnmilben hin.

Thripse können beispielsweise über neu gekaufte Pflanzen eingeschleppt werden. Warme und trockene Bedingungen begünstigen die Entwicklung vieler Thripsarten. Ein Befall ist deshalb auch bei gut gepflegten Pflanzen möglich.

Kontrolliere deine Pflanzen regelmäßig und stelle neue Pflanzen zunächst getrennt vom vorhandenen Bestand auf. Achte auf einen passenden Standort und eine bedarfsgerechte Pflege. Je früher du verdächtige Veränderungen bemerkst, desto schneller kannst du reagieren.

Viele Thripsarten profitieren von trockenen Bedingungen. Eine zur Pflanze passende Luftfeuchtigkeit kann deshalb unterstützend wirken. Sie beseitigt einen bestehenden Befall jedoch nicht zuverlässig. Dauerhaft nasse Blätter und Staunässe solltest du vermeiden.

Stelle die betroffene Pflanze möglichst getrennt von anderen Pflanzen auf und kontrolliere die Nachbarpflanzen. Bei robusten Pflanzen kannst du Blätter und Blattunterseiten vorsichtig mit lauwarmem Wasser abspülen. Beginne anschließend mit einer gezielten Bekämpfung.

Stark geschädigte oder abgestorbene Blätter kannst du entfernen. Schneide jedoch nicht jedes Blatt mit einzelnen Flecken ab: Die Pflanze benötigt ihre gesunden Blattflächen weiterhin. Das Entfernen beschädigter Blätter allein beseitigt den Befall nicht.

Blau/Gelbtafeln können fliegende Thripse abfangen und helfen dir, den Befall zu überwachen. Sie erreichen jedoch weder alle Larven noch die im Pflanzengewebe abgelegten Eier. Nutze sie deshalb als Ergänzung zu weiteren Maßnahmen.

Gegen Thripse kannst du Cucumeris-Raubmilben, Swirskii-Raubmilben, Orius-Raubwanzen und Nematoden einsetzen. Sie unterscheiden sich vor allem darin, welche Entwicklungsstadien sie erreichen und wo sie wirken. Eine abgestimmte Kombination kann deshalb sinnvoll sein.

Cucumeris-Raubmilben, wissenschaftlich Neoseiulus cucumeris beziehungsweise Amblyseius cucumeris, fressen vor allem junge Thripslarven im ersten Larvenstadium. Sie suchen ihre Beute auf der Pflanze und eignen sich besonders für den frühen oder vorbeugenden Einsatz. Erwachsene Thripse und im Pflanzengewebe geschützte Eier werden durch sie nicht zuverlässig bekämpft.

Swirskii-Raubmilben der Art Amblyseius swirskii fressen ebenfalls vor allem junge Thripslarven. Sie bevorzugen wärmere Bedingungen und erbeuten zusätzlich Eier und junge Larven Weißer Fliegen. Damit sind sie besonders interessant, wenn bei warmen Temperaturen beide Schädlinge auftreten. Gegen erwachsene Thripse solltest du ergänzende Maßnahmen einplanen.

Orius-Raubwanzen der Art Orius laevigatus jagen bewegliche Thripsstadien. Anders als die genannten Raubmilben erbeuten sie auch größere Larven und erwachsene Thripse. Sie ergänzen deshalb die Bekämpfung, wenn bereits ausgewachsene Tiere auf der Pflanze vorhanden sind. Versteckte Eier im Pflanzengewebe und Entwicklungsstadien im Substrat werden damit nicht vollständig erfasst.

Orius benötigt geeignete Temperaturen und ein ausreichendes Nahrungsangebot. Besonders in warmen, geschützten Pflanzenbeständen kann sich die Raubwanze gut entwickeln. Pollen kann als zusätzliche Nahrung dienen. Erwachsene Orius können fliegen und bei ungeeigneten Bedingungen abwandern. Ob der Einsatz passt, hängt deshalb auch vom Standort und vom Pflanzenbestand ab.

Nematoden sind mikroskopisch kleine Fadenwürmer. Gegen Thripse wird üblicherweise Steinernema feltiae eingesetzt. Bei einer Gießbehandlung wirken sie gegen empfängliche Entwicklungsstadien im Substrat. Das ergänzt die Bekämpfung auf den Blättern, insbesondere bei Thripsarten, die zur Verpuppung in den Boden wandern.

Eine Bodenbehandlung mit Nematoden erreicht nicht alle Thripse auf der Pflanze. Larven und erwachsene Tiere können weiterhin auf Blättern und in Blüten sitzen. Nematoden sind deshalb häufig eine Ergänzung zu Raubmilben oder Orius. Ihr Nutzen hängt auch davon ab, ob die vorhandene Thripsart Entwicklungsstadien im Boden durchläuft.

Ja. Raubmilben gegen junge Larven, Orius gegen bewegliche Larven und erwachsene Thripse sowie Nematoden im Substrat können sich ergänzen. GREEN GUARDIA bietet dafür auch ein Thripse-Frei-Bundle an. Nicht jeder Befall erfordert alle vier Nützlinge: Entscheidend sind Thripsart, Befallsstärke und Standortbedingungen.

Diese Produkte kommen insbesondere infrage, wenn neben Thripsen weitere Schädlinge auftreten. Das Trio enthält laut GREEN GUARDIA Cucumeris, Californicus und Swirskii. Die Arten übernehmen unterschiedliche Aufgaben: Cucumeris und Swirskii erfassen junge Thripslarven, Californicus ist vor allem für die Spinnmilbenbekämpfung relevant. Prüfe vor der Auswahl die aktuelle Produktzusammensetzung.

Raubmilben werden je nach Produkt in Hängetüten oder als Streuware ausgebracht. Orius-Raubwanzen verteilst du nach Anleitung vorsichtig an geeigneten Stellen auf den Pflanzen. Nematoden werden mit Wasser vermischt und bei einer Bodenbehandlung auf das angefeuchtete Substrat gegossen. Beachte jeweils die produktspezifischen Angaben zu Menge, Temperatur, Feuchtigkeit und Wiederholung.

Du solltest Nützlinge nicht gleichzeitig mit Neem oder anderen Spritzmitteln einsetzen. Je nach Wirkstoff können diese auch die nützlichen Tiere schädigen, ihre Entwicklung und Fortpflanzung beeinträchtigen oder ihre Wirkung gegen Thripse verringern. Rückstände auf den Blättern können zudem nach der Behandlung noch schädlich sein.

Halte deshalb zwischen einer Spritzbehandlung und dem Ausbringen der Nützlinge einen ausreichenden Abstand ein. Wie lange du warten solltest, hängt vom verwendeten Mittel und der Nützlingsart ab. Beachte die Verträglichkeitshinweise des Herstellers oder frage vor dem Einsatz nach einer passenden Wartezeit.

Nützlinge reduzieren den Befall schrittweise. Wie schnell du eine Verbesserung erkennst, hängt von der Befallsstärke, der Nützlingsart und den Umgebungsbedingungen ab. Da Raubmilben vor allem junge Larven erfassen, sind regelmäßige Kontrollen und gegebenenfalls weitere Ausbringungen wichtig.

Bereits geschädigte Blattstellen werden normalerweise nicht wieder grün. Achte deshalb auf neue Blätter und frische Schäden: Gesunder Neuaustrieb und weniger lebende Thripse sind bessere Hinweise auf einen erfolgreichen Verlauf.

Kontrolliere die betroffene Pflanze und ihre Nachbarpflanzen regelmäßig. Bei stärkerem oder erneutem Befall solltest du den Nützlingseinsatz entsprechend der jeweiligen Produktanleitung wiederholen. Da sich Thripse in unterschiedlichen Entwicklungsstadien befinden, kann eine einmalige Anwendung nicht ausreichen. Achte außerdem auf passende Temperaturen und Luftfeuchtigkeit.

Mit dem GREEN GUARDIA Nützlings-Abo erhältst du regelmäßig frische Nützlinge direkt nach Hause. So kannst du notwendige Folgeanwendungen rechtzeitig durchführen und deine Pflanzen auch langfristig beim Schutz vor Schädlingen unterstützen – für gesunde Pflanzen und weniger Schädlingssorgen.

Raubmilben sind mikroskopisch kleine, nützliche Spinnentiere, die als natürliche Gegenspieler verschiedener Pflanzenschädlinge eingesetzt werden. Je nach Art ernähren sie sich von Eiern, Larven und jungen Entwicklungsstadien von Thripsen, Spinnmilben und Weißen Fliegen. Sie bewegen sich aktiv auf den Pflanzen, suchen ihre Beute selbstständig und unterstützen so die biologische Regulierung von Schädlingen – ganz ohne chemische Pflanzenschutzmittel.

Für eine möglichst vielseitige biologische Schädlingsregulierung werden häufig verschiedene Raubmilbenarten miteinander kombiniert. Amblyseius cucumeris unterstützt die natürliche Regulierung von Thripslarven, Neoseiulus californicus ist auf Spinnmilben spezialisiert und Amblyseius swirskii trägt zur Regulierung von Thripsen, Weißen Fliegen sowie jungen Spinnmilbenstadien bei. Durch die Kombination dieser drei Nützlingsarten lässt sich ein breites Spektrum häufiger Pflanzenschädlinge auf natürliche Weise abdecken.

Nein. Raubmilben sind für Menschen, Kinder und Haustiere völlig ungefährlich. Sie sind winzig, stechen nicht und verschwinden, sobald keine Beute mehr vorhanden ist.

Ideal sind Zierpflanzen, Zimmerpflanzen, Gemüse wie Gurken, Paprika, Tomaten oder Erdbeeren – drinnen wie draußen. Auch im Gewächshaus leisten sie effektive Hilfe.

Ja, besonders bei anfälligen Pflanzen ist der vorbeugende Einsatz sinnvoll. Die Raubmilben siedeln sich an und greifen sofort ein, wenn erste Schädlinge auftreten.

Tüten enthalten Futtertiere und Brutmaterial, in dem die Raubmilben bis zu 15 Tagen überleben können und so peau a peau erst selbstständig auswandern. Streuware ist für einen schnellen Soforteinsatz gedacht – z. B. bei akutem Befall.

Wir versenden lebende Nützlinge meist montags bis donnerstags, damit sie frisch und vital ankommen – die Lieferung erfolgt in der Regel innerhalb von 1–3 Werktagen.

Die Tiere kommen in kleinen Beuteln (Tüten) oder als Streuware in Substrat – gut verpackt und vor Licht geschützt. Die Verpackung sorgt für optimale Lebensbedingungen während des Transports.

Bring die Raubmilben direkt nach Erhalt aus. Bei Bedarf kannst du sie 1–2 Tage bei 8–10 °C zwischenlagern – jedoch möglichst zügig anwenden.

Lebende Nützlinge sind vom Umtausch ausgeschlossen. Wir helfen dir aber gerne bei Problemen weiter.

Nein, der Versand an Packstationen ist bei lebenden Nützlingen nicht möglich. Bitte gib eine Hausadresse an, unter der du die Sendung direkt entgegennehmen kannst.

Ja, wir verschicken Raubmilben auch ins Ausland.

Hänge Tüten direkt in die Pflanze oder streue das Substrat gleichmäßig auf die betroffenen Pflanzenteile. Nicht der direkten Sonne aussetzen und regelmäßig kontrollieren.

Sobald du erste Anzeichen von Thripsen oder Spinnmilben entdeckst. Je früher du reagierst, desto effektiver ist die Bekämpfung.

Bei Befall reicht eine Tüte oder Streudose für etwa 1 Pflanze oder 10 m². Zur Vorbeugung genügt eine Tüte für 2 Pflanzen oder ca. 20 m².

Je nach Befallsdruck kann eine Nachbehandlung nach 1–2 Wochen nötig sein. In vielen Fällen reicht eine Anwendung – vorbeugend etwa alle 4–6 Wochen.

Solange sie Schädlinge finden, bleiben sie aktiv. Wenn die Nahrungsquelle versiegt, sterben sie ab oder ziehen sich zurück – ganz ohne Rückstände.

Sie bevorzugen Temperaturen ab ca. 18 °C und eine hohe Luftfeuchtigkeit (60–80 %). Bei sehr trockener Heizungsluft empfehlen wir regelmäßiges Besprühen der Pflanzen.

In den Beuteln befinden sich neben den Raubmilben auch Futtertiere, sodass die Milben oft genügend Nahrung haben und die Tüte nicht sofort verlassen. Das ist völlig normal und kein Zeichen dafür, dass sie nicht aktiv sind.

Unsere Raubmilben können bis zu 15 Tage in den Beuteln überleben – sogar bei Minustemperaturen.

Die Tüten sind bereits mit kleinen Löchern versehen, durch die die Raubmilben problemlos hinausgelangen. Hängen Sie die Tüten einfach an den betroffenen Pflanzen oder in der Nähe der befallenen Stellen auf. Die Raubmilben machen sich von selbst auf den Weg und finden ihr Ziel ganz automatisch.

Ja, bei mildem Wetter (über 15 °C) kannst du sie auch im Freiland verwenden – z. B. auf Beeten, Balkonpflanzen oder Hochbeeten.

Thripse sind längliche, schnelle Insekten, die silbrige Fraßspuren verursachen. Spinnmilben bilden feine Gespinste, oft auf Blattunterseiten – gelbe Flecken sind ein typisches Symptom.

Nein. Synthetische Pflanzenschutzmittel und viele Öle sind schädlich für Raubmilben. Verzichte 2 Wochen vor und 4 Wochen nach dem Einsatz auf solche Produkte.